Digitalisering van het rechtsverkeer

Zoals hiervoor al vermeld gaat de digitalisering van het rechtsverkeer steeds verder. Zelfs de overheid verplicht zichzelf om digitale communicatie mogelijk te maken.

Maar betekent dat dat ook een huurovereenkomst digitaal tot stand kan komen? Het Burgerlijk Wetboek kent daar in ieder geval geen bezwaren tegen. Overeenkomsten, waarvoor is bepaald dat deze schriftelijk moeten worden aangegaan, kunnen óók via elektronische weg tot stand komen volgens artikel 6:227a BW. En als dat voor overeenkomsten met een schriftelijkheidsvereiste kan, dan kan het vanzelfsprekend ook voor overeenkomsten die mondeling kunnen worden aangegaan, zoals huurovereenkomsten.

Net als bij mondeling overeengekomen huur, geldt ook voor de huurovereenkomst per e-mail dat een bewijsprobleem voorkomen moet worden. Daarom moet uiteraard voldoende vast staan dat de overeenkomst ‘echt’ is en dat beide partijen de wil hadden om die overeenkomst in die vorm aan te gaan. De wet stelt een aantal eisen, waarin met name het bewijs van de totstandkoming centraal staat:

• De overeenkomst moet raadpleegbaar door partijen zijn;
• De authenticiteit van de overeenkomst moet voldoende mate gewaarborgd zijn;
• Het moment van totstandkoming van de overeenkomst moet met voldoende zekerheid kunnen worden vastgesteld; en
• De identiteit van de partijen moet met voldoende zekerheid kunnen worden vastgesteld.