Private kwaliteitsverklaringen in de bouw

De bedoeling van de Wet kwaliteitsborging in de bouw (Wkb) is dat de kwaliteit in de bouw niet meer afhankelijk is van overheidstoezicht. Om dat te bereiken wordt die verantwoordelijkheid meer dan nu het geval is bij de bouwer zelf neergelegd. De bouwer moet achteraf kunnen aantonen dat aan de geldende kwaliteitsnormen voldaan is. Die kwaliteitsnormen, zoals NEN-normen, zijn opgesteld en actueel gehouden door private ondernemingen. Minister Blok wil van de private totstandkoming van normen af en hinkt daarmee op twee gedachten. De handhaving van de normen moet juist uit het publieke domein naar de private sector worden verplaatst, en de normering gaat de andere kant op. Bouwend Nederland kan zich in die ontwikkeling niet vinden en dringt er bij de Minister op aan dat de normering in private handen moet blijven. “Dat is niet alleen de overtuiging van de bouwproducenten en bouwconsumenten, maar ook van de verzekeraars.” Daarom roepen de bouwbranches de Kamer op om een halt toe te roepen aan de “onverklaarbare tweedeling in het beleid” van de minister van Wonen en Rijksdienst én van de ILT, dat de reikwijdte van private keurmerken wil beperken.

Dat is des te ernstiger, omdat de Wkb hand in hand gaat met een wijziging van het Burgerlijk Wetboek, waarbij de bouwer eenduidig aansprakelijk wordt. De bouwer moet zich jegens de bouwconsument kunnen verzekeren. De verzekeraars willen niet verzekeren op basis van CE-verklaringen, omdat dat geen objectief getoetste kwaliteitskeurmerken zijn. De verzekeraars willen wél verzekeren op basis van de bestaande private kwaliteitskeurmerken, omdat die door onafhankelijke derden worden gecontroleerd en ook nog eens veel meer kwaliteitsinformatie geven. De bouw maakt zich ook zorgen over de kwaliteit en veiligheid van de bouw in het algemeen als gevolg van het huidige beleid.